WWW.SVKONLINE.NL De organisatie die zich inzet voor vluchtelingen, asielzoekers en nieuwkomers in Stadskanaal
Extra
Banenoffensief Vluchtelingen
Een project van VluchtelingenWerk, Emplooi, UAF en CWI om in drie jaar tijd 2500 extra vluchtelingen aan een baan te helpen. Dat betekent dat zij een meer dan gebruikelijke inspanning zullen leveren om vluchtelingen naar werk te bemiddelen, zo nodig via scholing, stages of leerwerkplaatsen.

Wat is het doel van het project?
De werkloosheid onder vluchtelingen is vijf tot zes keer hoger dan onder Nederlanders. Met name onder vrouwelijke vluchtelingen is de arbeidsparticipatie laag. Het doel van het Banenoffensief Vluchtelingen is in 3 jaar tijd 2.500 extra vluchtelingen aan een baan te helpen.

Wat is de doelgroep?
De doelgroep bestaat uit vluchtelingen die:
• beschikken over een verblijfsvergunning ‘asiel’ of de Nederlandse nationaliteit
• werk zoeken voor een periode van tenminste zes maanden.

Sinds wanneer loopt dit project?
Het project is eind 2005 gestart.

Wie was betrokken?
Het Banenoffensief Vluchtelingen is een gezamenlijk project van:
• VluchtelingenWerk Nederland
• Stichting Emplooi – werk voor vluchtelingen
• Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF
• Centrum voor Werk en Inkomen (CWI).
De 3 maatschappelijke organisaties nemen elk een deel van de doelstelling van 2500 banen voor hun rekening, het CWI faciliteert. Zij werken daarbij nauw samen met bedrijven en instellingen, maar ook met gemeenten, sociale diensten en re-integratiebedrijven.

De pardonregeling

Op vrijdag 25 mei 2007 heeft de ministerraad de pardonregeling vastgesteld. Hieronder volgt de tekst:


Regeling 'afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet'

De regeling
Op grond van de regeling wordt in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap van de oude Vreemdelingenwet een vergunning gegeven aan de vreemdeling:
a. wiens eerste asielaanvraag vóór 1 april 2001 is ingediend, dan wel die zich reeds vóór 1 april 2001 bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) of Vreemdelingenpolitie heeft gemeld voor het indienen van een asielaanvraag,
b. die sinds 1 april 2001 ononderbroken in Nederland heeft verbleven, en
c. die, voor zover toepasselijk, vooraf schriftelijk heeft aangegeven dat hij zijn lopende procedures onvoorwaardelijk intrekt bij verblijfsaanvaarding op grond van de regeling.

Voorts wordt op grond van de regeling verblijf toegestaan aan gezinsleden van een vreemdeling wiens verblijf op grond van de regeling is aanvaard indien deze gezinsleden uiterlijk op 13 december 2006 Nederland zijn ingereisd en voor zover de gezinsband reeds bestond voor de komst van de hoofdpersoon naar Nederland. Dit geldt tevens voor in Nederland geboren kinderen van wie de ouder(s) op grond van de regeling verblijf wordt toegestaan.

Contra-indicaties
Naast deze voorwaarden gelden in alle gevallen de volgende contra-indicaties voor de regeling:
a. de vreemdeling vormt een gevaar voor de openbare orde (inclusief artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag) of de nationale veiligheid,
b. de vreemdeling is reeds houder van een verblijfsvergunning, anders dan een bij deze regeling genoemde verblijfsvergunning voor bepaalde tijd,
c. de vreemdeling is onderdaan van een lidstaat van de EU/EER, of
d. de vreemdeling heeft in verschillende procedures verschillende identiteiten of nationaliteiten opgegeven waarvan in rechte is vastgesteld dat hieraan geen geloof kan worden gehecht.

Gezinsvorming
Personen die op of voor 13 december 2006 in Nederland een gezin hebben gevormd met een vreemdeling wiens verblijf op grond van de regeling is aanvaard, kunnen op reguliere wijze verblijf aanvragen bij die hoofdpersoon. Daarbij vindt vrijstelling plaats van het mvv-vereiste, de inkomenseis en van de verplichting tot het betalen van leges. Genoemde vrijstellingen vinden plaats indien de aanvraag is ingediend nadat aan de hoofdpersoon een vergunning op grond van de regeling is verleend. De overige vereisten worden onverkort gehandhaafd. De vergunning wordt verleend onder de beperking verband houdend met gezinsvorming.

Het ononderbroken verblijf in Nederland sinds 1 april 2001
Ononderbroken verblijf sinds 1 april 2001 wordt slechts aangenomen indien:
1. de vreemdeling op 13 december 2006 behoorde tot de doelgroep van het project Terugkeer (oorspronkelijk project en zij-instroom) én viel onder een van rijkswege verstrekte voorziening,
2. de vreemdeling zich op 13 december 2006 hier te lande bevond in een procedure omtrent een verblijfsvergunning,
3. de vreemdeling op 13 december 2006 in het bezit was van een verblijfsvergunning, of
4. dit blijkt uit een verklaring van de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling feitelijk verblijft.

In de eerste drie gevallen is de verblijfplaats van de vreemdeling in beginsel reeds bekend bij de IND of de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V). Is dat niet het geval, dan dient het ononderbroken verblijf te blijken uit een verklaring van de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling feitelijk verblijft. In deze verklaring dient te worden bevestigd dat de vreemdeling aantoonbaar ononderbroken sinds 1 januari 2006 - of sinds enig moment voor 13 december 2006 aansluitend op zijn uitstroom uit het project Terugkeer - in het kader van noodopvang in die gemeente heeft verbleven. Indien de vreemdeling in verschillende gemeenten heeft verbleven, omvat de burgemeestersverklaring tevens het verblijf in de andere gemeenten.

Onder noodopvang wordt verstaan een bij de gemeente bekende vorm van ondersteuning (in termen van het verschaffen van onderdak en voorzien in levensonderhoud) die niet plaatsvindt van rijkswege en die in een gemeente beschikbaar is gesteld.

De verblijfsvergunning wordt niet verleend indien de vreemdeling na 1 april 2001 aantoonbaar is vertrokken uit Nederland. Aantoonbaar vertrek uit Nederland kan onder andere blijken uit een claim ten aanzien van de vreemdeling van een andere EU-lidstaat op Nederland. Voorts kan het vertrek blijken uit een gecontroleerd vertrek (zoals uitzetting of door IOM gefaciliteerd vertrek), een Dublinoverdracht, of anderszins.

Indien de vreemdeling niet aantoonbaar uit Nederland is vertrokken wordt, indien uit de verklaring van de burgemeester blijkt dat de vreemdeling gedurende het gehele jaar 2006 in het kader van noodopvang in die gemeente heeft verbleven, ononderbroken verblijf sinds 1 april 2001 aangenomen.

Intrekken van lopende procedures
De bedoeling van deze regeling is om de nalatenschap van de oude Vreemdelingenwet af te wikkelen en daarbij zo min mogelijk beslag te leggen op de capaciteit van de IND. Hieruit vloeit voort dat vooraf schriftelijk dient te worden aangegeven dat lopende procedures onvoorwaardelijk worden ingetrokken bij verblijfsaanvaarding op grond van de regeling. Er zal daarbij geen restitutie van eventueel reeds betaalde leges of griffierechten plaatsvinden.

Gezinsleden
Onder gezinslid wordt verstaan:
a. de vreemdeling van achttien jaar of ouder die met de hoofdpersoon een naar Nederlands recht, waaronder het in Nederland toe te passen internationaal privaatrecht, geldig huwelijk of een in Nederland geregistreerd partnerschap is aangegaan, dan wel de biologische of juridische ouder is van een biologisch of juridisch kind van de hoofdpersoon en met de hoofdpersoon een duurzame en exclusieve relatie onderhoudt,
b. het minderjarige biologische of juridische kind van de hoofdpersoon, dat feitelijk behoort tot het gezin van die hoofdpersoon en dat onder het rechtmatige gezag van die hoofdpersoon staat,
c. het meerderjarig biologische of juridische kind van de hoofdpersoon, dat zodanig afhankelijk is van de hoofdpersoon dat hij om die reden behoort tot het gezin van die hoofdpersoon.

Ingeval van gezinsvorming dient de echtgenoot of partner, conform hetgeen is neergelegd in het staande beleid, 21 jaar of ouder te zijn.

Voor de beoordeling van bovengenoemde leeftijdsgrenzen van 18, respectievelijk 21 jaar is 13 december 2006 het bepalende toetsmoment.

Gevaar voor de openbare orde
De verblijfsvergunning op grond van de regeling wordt niet verleend indien de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde. Dit is het geval indien
a. wegens misdrijf een veroordeling tot een gevangenisstraf heeft plaatsgevonden of een vrijheidsbenemende maatregel is opgelegd en het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straf(fen) of maatregel(en) in totaal ten minste één maand bedraagt,
b. bij beschikking artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen, of
c. de vreemdeling gezinslid is van een vreemdeling aan wie bij beschikking artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen.

In geval van een veroordeling tot een taakstraf wegens drugs-, zeden- dan wel geweldsmisdrijven wordt de duur van de door de rechter bepaalde vervangende hechtenis als uitgangspunt genomen bij de beoordeling. Bij de berekening of er sprake is van een straf of maatregel van ten minste één maand, worden meerdere veroordelingen bij elkaar opgeteld. Het is niet vereist dat de uitspraak waarbij de vreemdeling is veroordeeld wegens een misdrijf onherroepelijk is geworden.

Strafbare feiten die in het buitenland zijn gepleegd of bestraft, worden eveneens bij de beoordeling van het gevaar voor de openbare orde betrokken, doch slechts voor zover het gaat om strafbare feiten die naar Nederlands recht misdrijven zijn. Dat geldt ook indien het strafbare feit naar buitenlands recht een overtreding, maar naar Nederlands recht een misdrijf is. Of het feit naar Nederlands recht een misdrijf is, wordt beoordeeld aan de hand van de strafbepalingen in het Wetboek van Strafrecht of de bijzondere Nederlandse strafwetten.

Verjaring
Een eens gepleegd misdrijf wordt - gelijk het staande beleid inzake eerste toelating - niet blijvend tegengeworpen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen drugs-, zeden en geweldsmisdrijven enerzijds en overige misdrijven anderzijds.

Ingeval van een veroordeling wegens drugs-, zeden- dan wel geweldsmisdrijven bedraagt de termijn, gedurende welke de veroordeling een contra-indicatie vormt voor vergunningverlening, tien jaren. Ingeval van een veroordeling wegens een ander misdrijf bedraagt die termijn vijf jaren. De termijn vangt aan op de dag van de invrijheidstelling na tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende straf of maatregel.

De termijn van vijf, onderscheidenlijk tien jaren, is niet van toepassing indien sprake is van het bij herhaling plegen van misdrijven of van ernstige redenen om te veronderstellen dat de vreemdeling (of diens gezinslid) zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag.

Voor de beoordeling of sprake is van verjaring met het oog op deze regeling is 13 december 2006 het bepalende toetsmoment. Indien na deze datum sprake is van verjaring in het kader van de openbare orde zal daaruit geen aanspraak kunnen voortvloeien in het kader van deze regeling.

Gevaar voor de nationale veiligheid
De verblijfsvergunning wordt voorts niet verleend indien de vreemdeling mogelijk een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. Hiervoor is geen strafrechtelijke veroordeling vereist. Wel dienen er concrete aanwijzingen te zijn dat de vreemdeling mogelijk een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. Bij het bestaan van concrete aanwijzingen dient in de eerste plaats te worden gedacht aan een ambtsbericht van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. In voorkomende gevallen kan echter ook worden uitgegaan van een ambtsbericht van onder andere (buitenlandse) ministeries of inlichtingendiensten.

Houders van een verblijfsvergunning
Vreemdelingen die reeds in het bezit zijn van een verblijfsvergunning komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning op grond van deze regeling. Ratio hierachter is dat deze personen reeds duidelijkheid hebben omtrent hun verblijf, zodat een regeling voor hen niet nodig is. Een uitzondering wordt gevormd door de vreemdelingen die vóór 1 april 2001 een asielaanvraag in Nederland hebben ingediend en nadien in het bezit zijn gesteld van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van een beleid van categoriale bescherming dan wel een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperkingen "verblijf vanwege medische noodsituatie", "onder beperking als genoemd in de Vc B9", "verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling" of "verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken". Enkel aan houders van deze verblijfsvergunningen wordt, voor zover zij aan de overige voorwaarden voldoen, het éénmalige aanbod gedaan om de verblijfsvergunning om te zetten in een verblijfsvergunning op grond van deze regeling.

Identiteit en nationaliteit
Aan vreemdelingen die in verschillende procedures verschillende identiteiten of nationaliteiten hebben opgegeven waarvan in rechte is vastgesteld dat hieraan geen geloof kan worden gehecht, wordt - zoals hierboven vermeld - geen verblijf op grond van deze regeling verleend.

In de overige gevallen waarin twijfel bestaat omtrent de daadwerkelijke identiteit of nationaliteit van de vreemdeling en dit in rechte is vastgesteld, wordt de vreemdeling gedurende een periode van twee maanden in de gelegenheid gesteld de juiste identiteitsgegevens alsnog naar voren te brengen. Op deze wijze kan op basis van de juiste identiteits- en nationaliteitsgegevens een vergunning worden verleend. Primair dienen hiertoe documenten overgelegd te worden waaruit de identiteit en nationaliteit blijken. Indien de vreemdeling zijn identiteit niet door middel van documenten kan aantonen, zal hij in de gelegenheid worden gesteld om een verklaring omtrent de juiste identiteit af te leggen en de schriftelijke vastlegging hiervan te ondertekenen. Indien op enig moment blijkt dat de op deze wijze door de vreemdeling naar voren gebrachte identiteit of nationaliteit niet juist is, kan de Staatssecretaris de verleende verblijfsvergunning intrekken of de geldigheidsduur daarvan niet verlengen.

Procedurele bepalingen
De verblijfsvergunning op grond van de regeling wordt ambtshalve verleend. Indien de vergunning kan worden verleend op basis van de bij de IND dan wel DT&V bekende gegevens, wordt hiermee direct aangevangen. In de overige gevallen start de beoordeling nadat de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling verblijft eerder genoemde verklaring heeft gezonden aan de IND, waaruit blijkt dat is aangetoond dat de vreemdeling tenminste gedurende het gehele jaar 2006 in Nederland heeft verbleven. De IND beoordeelt of de vreemdeling in aanmerking komt voor verblijf. Met deze handelwijze wordt beoogd een efficiënte en ordelijke procedure op te zetten en te voorkomen dat vreemdelingen massaal een aanvraag indienen bij de IND, waardoor de afwikkeling van de regeling vertraging oploopt of stokt. Indien de vreemdeling toch een aanvraag indient, worden conform het staande beleid leges geheven en zijn het paspoortvereiste en het mvv-vereiste van toepassing.

Beperking en arbeidsmarktaantekening
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking 'afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet'. De arbeidsmarktaantekening luidt: 'Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.', hetgeen inhoud dat de betreffende vreemdelingen vrij zijn op de arbeidsmarkt en geen tewerkstellingsvergunning nodig is.

Ingangsdatum en geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
De verblijfsvergunning wordt verleend met ingang van de datum waarop de regeling van kracht zal worden. Dit is twee dagen na de publicatie van de regeling in de Staatscourant. De verblijfsvergunning wordt verleend voor de duur van een jaar.

De zelfstandige verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf
Aan vreemdelingen die gedurende één jaar houder zijn geweest van een verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet', wordt - behoudens contra-indicaties - ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'voortgezet verblijf na verblijf op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet' verleend.

Inburgeringsplicht
Vreemdelingen die op grond van deze regeling in het bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning, worden daardoor inburgeringsplichtig. Indien deze personen algemene bijstand of een uitkering genoemd in het Besluit inburgering ontvangen komen zij in aanmerking voor een gemeentelijk aanbod voor een inburgeringsvoorziening. Personen die op grond van deze regeling in de opvang de verblijfsvergunning ontvangen, krijgen een aanbod tot inburgering, zodat in de opvang met inburgering kan worden gestart.

Einde project Terugkeer
Met het oog op de uitvoering van deze regeling is het project Terugkeer per 1 mei beëindigd. Van alle vreemdelingen die niet onder de regeling vallen en die Nederland dienen te verlaten, wordt het vertrek ter hand genomen door de DT&V.

Vertrek uit Nederland van vreemdelingen die niet in aanmerking komen voor een vergunning op grond van deze regeling
Op dit moment worden, conform de brief van de Minister-President aan uw Kamer van 13 december 2006 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2006-2007, 19673, 1114), geen onomkeerbare stappen gezet ten aanzien van vreemdelingen die mogelijk onder de reikwijdte van de regeling vallen, behoudens de contra-indicaties genoemd in de regeling. Dit betekent dat vrijheidsbenemende maatregelen die opgelegd waren aan deze vreemdelingen, beëindigd zijn, of worden. Tevens betekent het dat de opvangvoorzieningen van deze vreemdelingen niet worden beëindigd. Vrijheidsbeperkende maatregelen, zoals de meldplicht, worden wel voortgezet. Ten aanzien van vreemdelingen van wie de IND ambtshalve heeft geoordeeld dat zij niet in aanmerking komen voor een vergunning op grond van de regeling neemt de DT&V het vertrek ter hand. Voor die personen vervalt de "pas op de plaats". Gedurende de uitvoering van de regeling worden geen W, of W2-documenten verstrekt buiten het staande vreemdelingrechtelijke kader.





Kamer stemt in met nieuw inburgeringstelsel

23 april 2004

Nieuwkomers en oudkomers worden verplicht in te burgeren in de Nederlandse samenleving. Aan de inburgeringsverplichting is pas voldaan wanneer het inburgeringexamen is behaald. De nieuw- en oudkomers voeren zelf de regie over de eigen inburgering. Het Kabinet is vandaag akkoord gegaan met de Contourennota van minister Verdonk waarin het nieuwe inburgeringsstelsel wordt geïntroduceerd.

Reguliere vreemdelingen moeten voor hun komst naar Nederland de basistoets inburgering in het land van herkomst met succes afleggen. Na vestiging en inschrijving in de Gemeentelijke Bevolkingsadministratie wijst de gemeente de nieuwkomer op de inburgeringsplicht. De cursist is vrij in de keuze voor een opleidingsinstelling, de gemeente blijft de voortgang wel volgen. Als de nieuwkomer na vijf jaar nog niet is ingeburgerd, volgt een boete.

Werkloze allochtonen en vrouwen met een inburgeringsplicht hoeven dit niet helemaal zelf te regelen en te betalen. De gemeente helpt om te voorkomen dat de inburgeringscursus het zoeken naar werk doorkruist. Gemeenten willen niet dat werkloze vreemdelingen zich in de schulden steken om de verplichte cursus te doen.

De inburgeringsplicht voor asielzoekers is pas aan de orde als een eerste tijdelijke verblijfsvergunning wordt afgegeven.