Een asielzoeker krijgt een verblijfsvergunning op asielgronden wanneer:
hij volgens de IND vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag:
'Een vluchteling is iemand die uit gegronde vrees voor vervolging wegens ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging, zich buiten het land bevindt waarvan hij de nationaliteit bezit, en die de bescherming van dat land niet kan, of, uit hoofde van bedoelde vrees, niet wil inroepen.'
Artikel 1(A) lid 2 van het Vluchtelingenverdrag uit 1951. Nederland heeft dit verdrag ondertekend.
hij volgens de IND gegronde redenen heeft om aan te nemen dat hij bij uitzetting een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen;
er volgens de minister klemmende redenen van humanitaire aard zijn, waardoor van betrokkene niet verlangd kan worden dat hij terugkeert naar zijn land van herkomst. Hierbij gaat het onder andere om mensen die een traumatiserende gebeurtenis hebben meegemaakt;
terugkeer naar het land van herkomst volgens de minister van bijzondere hardheid zou zijn vanwege de algemene situatie daar, bijvoorbeeld een (burger)oorlog. Voor zo’n land voert de minister dan een algemeen (categoriaal) beschermingsbeleid.
De IND beoordeelt altijd eerst of iemand vluchteling is volgens het Vluchtelingenverdrag, en gaat dan verder het rijtje af. Iedereen die op een van deze gronden in Nederland mag blijven krijgt dezelfde status: de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel. Deze status kan gedurende drie jaar worden ingetrokken wanneer de situatie in het land van herkomst is verbeterd. Er moet aan strikte, in het Vluchtelingenverdrag vastgelegde voorwaarden zijn voldaan om een vergunning die verleend is op grond van vluchtelingschap te kunnen intrekken. Een vergunning die verleend is op grond van een algemeen beschermingsbeleid kan echter veel makkelijker worden ingetrokken.

Alle houders van een vergunning voor bepaalde tijd asiel hebben dezelfde rechten met betrekking tot werk, onderwijs, huisvesting en gezinshereniging. Na drie jaar kan de vergunninghouder een aanvraag indienen voor een vergunning voor onbepaalde tijd asiel. Deze verblijfsvergunning wordt dan niet meer ingetrokken als de situatie in het land van herkomst is verbeterd. Wel kan de vergunning nog worden ingetrokken wanneer de vergunninghouder zich bijvoorbeeld schuldig maakt aan een misdrijf.
Wanneer iemand vijf jaar onafgebroken in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning, kan hij het Nederlanderschap aanvragen. Om het Nederlanderschap te verkrijgen, moet hij aan een aantal voorwaarden voldoen, waaronder het halen van een naturalisatietoets.
Bron: VluchtelingenWerk Nederland
.gif)


